Waarom diversiteit in beroepskaarten ertoe doet
Beroepskeuze begint eerder dan de meeste mensen denken. Uit onderzoek van de Onderwijsraad (2020) blijkt dat bewuste en onbewuste denkbeelden over gender al op de basisschool worden gevormd, en dat deze denkbeelden direct doorwerken in latere school- en beroepsloopbanen. Nederland scoort binnen de EU opvallend hoog op seksesegregatie in opleidingen en beroepen: jongens en meisjes kiezen sterk langs traditionele lijnen, wat leidt tot typische 'mannenberoepen' en 'vrouwenberoepen'. Dat patroon begint niet in het voortgezet onderwijs — het begint in de basisschoolklas.
Daar komt bij dat slechts 16 procent van de technische en ICT-professionals in Nederland vrouw is, zo blijkt uit onderzoek via Kenteq. Dat percentage verandert pas structureel wanneer meisjes al jong beelden zien die laten zien dat ook zij in die sectoren thuishoren. Kaarten, posters en ander visueel lesmateriaal spelen daarin een onderschatte rol: ze zijn de 'stille omgeving' van de klas, de achtergrond waartegen kinderen dagelijks hun eigen mogelijkheden afmeten.
Het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) onderzocht de inzet van rolmodellen als preventiestrategie tegen vooroordelen en discriminatie. De conclusie was helder: wanneer kinderen een rolmodel uit een eigen of vergelijkbare groep zien functioneren in een onverwachte rol, kunnen hun attitudes over die rol aantoonbaar veranderen. Een illustratie op een beroepenkaart is geen levend rolmodel, maar werkt volgens hetzelfde principe — herhaaldelijke blootstelling aan tegenbeelden verzwakt het stereotype.
Tot slot toonde onderzoek naar beroepsoriëntatie op de basisschool aan dat kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus en kinderen met een migratieachtergrond relatief weinig rolmodellen in hun directe omgeving hebben die hen laten zien wat mogelijk is. Visueel materiaal in de klas kan die leemte voor een deel vullen: het vergroot het blikveld zonder dat kinderen van huis uit dezelfde kansen nodig hebben.
Wat zit er in de collectie?
De nieuwe collectie bestaat uit twaalf illustraties, elk op A4-formaat en geschikt voor zowel digitale weergave als print. De beroepen zijn bewust gekozen op spreiding: ze vertegenwoordigen zorg, techniek, creatieve sector, openbare diensten en ondernemerschap. Hieronder een overzicht van de twaalf kaarten.
Zorg en welzijn
Chirurg — afgebeeld als een vrouw van kleur in operatiekleding. Bewust gekozen om het beeld van 'de dokter is een witte man' te doorbreken. Verpleger — een jonge man met een mediterraan uiterlijk in een zorginstelling. Verpleegkunde is een sterk vrouwelijk gesegmenteerde sector; een mannelijk rolmodel normaliseert de keuze voor jongens. Fysiotherapeut — een vrouw met een hijab aan het werk met een oudere cliënt, gericht op inclusiviteit op meerdere assen tegelijk.
Techniek en wetenschap
Ingenieur — een meisje van een jaar of tien in een helm op een bouwplaats, gericht op jongste leerlingen. Programmeur — een vrouw met dreadlocks achter een beeldscherm, gericht op het doorbreken van het stereotype van de witte mannelijke techie. Elektricien — een vrouw van middelbare leeftijd met gereedschapsriem, bedoeld om het beeld van 'vakman' te verbreden naar 'vakmens'.
Creatief en communicatie
Journalist — een man van Aziatische afkomst met microfoon en notitieblok. Grafisch ontwerper — een jonge vrouw met een zichtbare beperking (rolstoel) achter een tekentablet, waarmee ook inclusiviteit op het vlak van mobiliteit zichtbaar wordt gemaakt. Muzikant — een oudere man van Afrikaanse afkomst met een klassiek instrument, bedoeld om culturele diversiteit en leeftijdsdiversiteit samen te brengen.
Openbare diensten en ondernemerschap
Brandweervrouw — een krachtige illustratie van een vrouw in volledig brandweeruniform, bewust geplaatst naast de andere kaarten zodat het contrast opvalt en bespreekbaar wordt. Rechter — een man met een donkere huidskleur in toga, gericht op het verbreden van het beeld van autoriteit en recht. Ondernemer — een jonge vrouw met een marktstand vol verse producten, die zelfstandig ondernemerschap laagdrempelig maakt voor alle kinderen.
Hoe zet je de kaarten in de klas?
De kaarten zijn veelzijdig inzetbaar en passen in meerdere vakken en werkvormen. Hieronder een aantal concrete suggesties, ingedeeld naar leeftijdsgroep.
Groep 3 en 4: kijken en benoemen
Leg zes kaarten op tafel en stel de vraag: 'Wie kent dit beroep? Wie doet dit werk?' Laat kinderen wijzen en vertellen. In deze fase gaat het niet om corrigeren, maar om inzichtelijk maken welke beelden er leven. Gebruik daarna de kaarten om nieuwe woorden te introduceren: gereedschap, uniform, werkplek. De illustraties fungeren als aanknopingspunt voor woordenschatontwikkeling én voor een eerste kennismaking met de diversiteit van de arbeidsmarkt.
Groep 5 en 6: vergelijken en bevragen
Laat kinderen twee kaarten naast elkaar leggen: de verpleger en de chirurg, of de elektricien en de grafisch ontwerper. Vraag: 'Wat verwacht jij als je aan dit beroep denkt? Klopt dat met de kaart?' Dit activeert metacognitie over stereotypen zonder dat je het woord 'stereotype' hoeft te gebruiken. Een vervolgactiviteit: laat leerlingen een kaart kiezen van een beroep dat hen verrast en schrijf een korte tekst over waarom.
Groep 7 en 8: onderzoeken en debatteren
Gebruik de kaarten als startpunt voor een mini-onderzoek: welke beroepen zijn in jullie eigen familie vertegenwoordigd? Welke beroepen komen jullie nooit tegen? Combineer dit met eenvoudige CBS-data over man-vrouwverdeling in beroepen en laat leerlingen conclusies trekken. Een debatwerkvorm — 'Maakt het uit wie een beroep uitoefent?' — sluit goed aan bij burgerschapsonderwijs en geeft de kaarten extra diepgang.
Als vaste wanddecoratie
De kaarten zijn ook geschikt als permanente verrijking van de klassenruimte. Hang ze op in de buurt van de boekenhoek of het taalcentrum. Wissel ze maandelijks of per thema: bij een project over gezondheid hangen de zorgkaarten vooraan, bij techniek de ingenieurs- en programmeurskaarten. Zo blijven de beelden fris en relevant.
Ontwerpkeuzes achter de illustraties
De illustraties in deze collectie zijn niet willekeurig divers. Elke ontwerpkeuze is het resultaat van een bewust afwegingsproces, waarbij drie principes centraal stonden.
Naturalistische stijl zonder karikatuur
De figuren zijn getekend in een herkenbare, warme illustratiestijl die aansluit bij hedendaags prentenboekwerk. Huidstinten zijn realistisch en gevarieerd, maar nooit overdreven. Gezichtsuitdrukkingen zijn neutraal-positief: de figuren zijn aan het werk, niet poserende symbolen. Dit voorkomt dat diversiteit als opzichtig of performatief wordt ervaren.
Werkcontext boven portret
Elke kaart toont de persoon in zijn of haar werkomgeving, met gereedschap, apparatuur of collega's op de achtergrond. Dat is een bewuste keuze: kinderen moeten zich de werkplek kunnen inbeelden, niet alleen het gezicht van de beroepsbeoefenaar. Onderzoek naar beroepsoriëntatie laat zien dat context — de plek, de tools, de sfeer — bepalend is voor of kinderen een beroep als 'voor mij' herkennen.
Intersectionele diversiteit
De collectie diversifieert niet op één as. De illustraties combineren variaties in gender, huidskleur, leeftijd, lichamelijke kenmerken en religieuze uitstraling (hoofddoek). Daarmee sluit de collectie aan bij de werkelijkheid van Nederlandse klassen, waar diversiteit zelden ééndimensionaal is. Tegelijk is ervoor gewaakt dat de kaarten niet als checklist voelen: elke figuur is in de eerste plaats een vakbekwaam persoon, niet een representant van een categorie.
Kleurgebruik en toegankelijkheid
De achtergrondkleuren zijn per beroepssector gecodeerd in zachte tinten die goed afdrukken op zwart-witprinters én leesbaar zijn voor leerlingen met een kleurzwakte. De typografie op de kaart — de beroepsnaam in het Nederlands — gebruikt een goed leesbaar lettertype op voldoende contrasterende achtergrond, in lijn met WCAG-richtlijnen voor toegankelijkheid.
Veelgestelde vragen
Voor welke groepen zijn de beroepenkaarten geschikt?
De kaarten zijn ontworpen voor het gehele basisonderwijs, van groep 1 tot en met groep 8. De illustraties zijn begrijpelijk voor jonge kinderen, maar de diepgang van de gesprekken die je ermee voert, past ook bij de oudste groepen. De werkvormen die hierboven beschreven staan, zijn per groep gedifferentieerd.
In welk formaat zijn de kaarten beschikbaar?
De kaarten zijn te downloaden als PNG op hoge resolutie (300 dpi) en als PDF, geschikt voor print op A4. Ze zijn ook beschikbaar als geoptimaliseerd JPG voor gebruik op een digibord of in een presentatie. Na aankoop heb je een persoonlijke licentie voor gebruik binnen je eigen klas of school.
Zijn de kaarten ook bruikbaar voor loopbaanoriëntatie in het voortgezet onderwijs?
De primaire doelgroep is het basisonderwijs, maar de kaarten worden ook gebruikt door LOB-coördinatoren in brugklassen en door pedagogisch medewerkers in peuterspeelzalen en kinderopvang. De eenvoudige, herkenbare stijl maakt ze breed inzetbaar voor elk moment waarop beroepsbeelden ter sprake komen.
Worden er meer beroepen toegevoegd aan de collectie?
Ja. De huidige twaalf kaarten vormen de eerste serie. Op basis van feedback van leerkrachten wordt de collectie uitgebreid met onder meer een boer/boerin, een wetenschapper en een sporter. Leden van de nieuwsbrief ontvangen als eerste bericht wanneer nieuwe kaarten beschikbaar zijn en profiteren van een vroegboekersprijs.